Match van de toekomst: appartement versus verkaveling
iris 10th June 2017

Na WO II stuurde de overheid sterk aan op het bouwen van vrijstaande woningen. Sinds het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen in 1997 gaan we een andere richting op: de resterende open ruimte moet zoveel mogelijk gevrijwaard blijven en de Vlamingen moeten dichter bij elkaar wonen. Zo zijn de afgelopen 10 jaar al maar meer appartementen gebouwd. De woningunits zijn steeds kleiner geworden. Om de appartementen aantrekkelijk te maken zetten projectontwikkelaars vaak in op een luxueuze afwerking en/of exclusief wonen aan het water, in het groen, … Vaak zijn ze ook goed gelegen in het centrum van een dorp of stad, wat bijdraagt tot de kernversterking. Deze appartementen trekken in de eerste plaats senioren aan, die hun te grote villa in de rand omruilen voor een appartement in de kern.

Maar het wonen in een appartement kan ook betaalbaar en aantrekkelijk zijn voor gezinnen met kinderen, alleenstaanden, nieuw samengestelde gezinnen en groepen senioren die graag zorg en vertier delen. Dit bewijzen een aantal inspirerende woonprojecten uit Berlijn, Zurich, Wenen, Hamburg, … Deze gebouwen onderscheiden zich op verschillende vlakken van de klassieke vastgoedprojecten en vormen een aantrekkelijke woonomgeving. Vertaald naar onze contreien zouden ze de concurrentie kunnen aangaan met de typische Vlaamse verkaveling.

Het ideale appartementsgebouw kent volgende 8 kenmerken:

  1. Een grotere gemeenschappelijke tuin biedt extra buitenruimte aan naast het privé-terras van elke woning: compensatie voor het gebrek aan een eigen private tuin. Deze tuin kan ook publiek toegankelijk zijn, afhankelijk van de ligging.
  2. Een dakterras staat garant voor een exclusieve beleving van de ruimere omgeving en wordt in deze projecten vaak ter beschikking gesteld van alle bewoners.
  3. De trap is meer dan een functionele verbinding tussen alle verdiepingen. Er zijn appartementsgebouwen waar de trap een centrale ontmoetings- en speelruimte vormt met interessante doorzichten.
  4. Met het oog op een gevarieerd publiek wordt in elk project gestreefd naar een variatie aan woningtypes, van maisonnettes op 2 tot 3 lagen, duplex-appartementen, eenvoudige studio’s tot clusterappartementen met een 10-tal studio’s geschakeld rond een gemeenschappelijke eet- en leefruimte.
  5. Ook flexibiliteit is een belangrijk aandachtspunt. Binnen een eenvoudige structuur kunnen woningunits doorheen de tijd eenvoudig opsplitsbaar zijn in kleinere units, of omgekeerd. Idealiter kunnen de ruimtes meerdere invullingen krijgen, van werk- tot woonruimte.
  6. De plint van de gebouwen huisvest voorzieningen zoals een kinderdagverblijf, ateliers of andere werkruimtes, een café, een winkel, …
  7. De fietsenstalling krijgt een prioritaire plek in het gebouw, wat de bewoners stimuleert om de fiets te gebruiken in plaats van de auto.
  8. Tot slot wordt er vanuit een kostenrationalisatie nagedacht over gedeelde voorzieningen zoals een gemeenschappelijke wasruimte, een gastenkamer, een multifunctionele speel- en leefruimte, … Op die manier is er extra ruimte voorhanden, naast de minimale woonoppervlakte.

Helaas bestaat het ideale appartementsgebouw nog niet, maar er zijn wel een aantal mooie projecten die aan een groot deel van de karakteristieken beantwoorden. In de komende tentoonstelling ‘At Home / Building and Living in Communities’ worden 20 appartementsgebouwen voorgesteld. Als intro op de tentoonstelling heeft Architectuurwijzer al een aantal appartementsgebouwen onder de loep genomen: Wohnprojekt Wien, R50 Berlin, BIGyard Berlin, Spreefeld Berlin,  …

Dit artikel kadert binnen het thema “Dichter wonen / Collectief bouwen”.
 

22/05/2017

Uw reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *