De tragedie van Sunnyside, een les voor Vlaanderen?
Lieve Drooghmans 21 oktober 2018

Na 90 jaar vormt Sunnyside Gardens in het New Yorkse stadsdeel Queens nog steeds een schoolvoorbeeld van kwalitatieve gebiedsontwikkeling. Tegelijk toont dit ambitieuze woningbouwproject de moeilijke juridische, sociale en politieke beslommeringen die op lange termijn kunnen ontstaan rond collectieve groenvoorzieningen. Nu de Vlaamse regering erover denkt om gemeenschappelijke woonvormen te subsidiëren, lijkt het in kaart brengen van mogelijke valkuilen opportuun.

Collectiviteit als verleidingsstrategie

Sunnyside Gardens (1924 – 1928) vormt aanvankelijk een vooruitstrevend voorbeeld van Amerikaanse New Town-planning gebaseerd op de Engelse tuinstad. Architect Clarence Stein en landschapsarchitect Henry Wright ontwerpen op goedkope gronden nabij spoorweginfrastructuur vijftien bouwblokken, waarbij grondgebonden rijwoningen en appartementen zich clusteren rondom groene binnenhoven – naar analogie met het begijnhofmodel. In totaal realiseert de City Housing Corporation 1200 kwaliteitsvolle en betaalbare wooneenheden, terwijl meer dan 70% van de bouwgrond gereserveerd wordt voor open groenruimte. Auto’s worden zoveel mogelijk verbannen naar parkeerclusters aan de buitenzijde van de wijk. Centrale gemeenschapsvoorzieningen zoals een buurtcentrum en een sportpark moeten de sociale cohesie in de wijk versterken.

 

 

Van duurzaam beheermodel…

Om de kwaliteit van het gemeenschapsgroen te waarborgen ontwikkelt de CHC een convenant met regels rond de binnenhoven, tuinafscheidingen en woningaanpassingen. Zogenaamde Home Owners Associations (HOA’s) moeten per woonhof een kwalitatief beheer-op-maat verzekeren, door o.a. frequente controles en het ophalen van voldoende financiële middelen bij de omwonenden. De voornamelijk jonge middenklasse gezinnen met kinderen zien heel wat voordelen in de luwe en veilige groenzones en tonen een doorgedreven engagement in het dagdagelijkse beheer ervan.

 

 

… naar onvoorziene omstandigheden

Vanaf 1960 komen er belangrijke sociaaleconomische en politieke veranderingen op. Zo maken heel wat oorspronkelijke bewoners plaats voor nieuwkomers die zich niet herkennen in de coöperatieve geschiedenis van Sunnyside. Middenklasse gezinnen gaan ondertussen liever wonen in de nieuwe suburbane wijken buiten de stad, waardoor minder kapitaalkrachtige en meer heterogene gezinsprofielen achterblijven in de uitgeleefde woningen rond de groene commons. Conflicterende belangen omtrent het gebruik van de groenvoorzieningen en het ontbreken van de nodige financiële draagkracht genereren langzaamaan een algemene staat van verwaarlozing in de wijk. De beheerconvenant vervalt en in de jaren 1980 ontbinden de meeste HOA’s. Er is ook geen stedelijke overheid die orde op zaken stelt. Zo verandert het coöperatieve gezicht van Sunnyside voor altijd. Tot op vandaag hebben slechts zes van de vijftien oorspronkelijke woonhoven hun oorspronkelijke configuratie behouden; vier hoven zijn verkaveld in private tuinen met een gemeenschappelijk tuinpad en de rest is volledig verkaveld.

 

 

Sunnyside als leermodel

Betekent deze tragische geschiedenis dat collectieve voorzieningen zoals Sunnyside Gardens geen toekomst hebben in hedendaagse woonontwikkelingen? Allerminst. Hoewel de sociale crisis uit de jaren 1960 en 1970 zonder twijfel permanente schade heeft toegebracht aan de coöperatieve en fysieke structuur van de woonwijk, zijn verschillende bewonersgroepen er wel degelijk in geslaagd om op lange termijn een coöperatieve geest te behouden. Omdat het kwalitatieve grondgebonden wonen nabij luwe en veilige groenvoorzieningen schaars is in Queens, en men hier het belang van collectief groen sinds de jaren 1990 herontdekt, ontstaan zowel bottom-up als top-down initiatieven die voorzichtig trachten de in het verleden opgeworpen kavelgrenzen op te blazen. Tegelijkertijd blijkt het trekken van zulke grenzen vaak onomkeerbaar gezien de hoge kosten om ze op te heffen. Het valt nog af te wachten in hoeverre de stad New York zulke collectiviseringsinitiatieven in de toekomst zal stimuleren.

Robuuste collectieve woonmodellen

De vraag die zich uiteindelijk stelt is hoe ontwerpers, beleidsmakers en ontwikkelaars meer veiligheidsmechanismen kunnen inbouwen die het verkavelen van gemeenschappelijke (groen)voorzieningen doorheen de tijd simpelweg niet of toch minder gemakkelijk mogelijk maken. De koppeling van de collectieve ruimte aan de ontsluitingsstructuur lijkt wel een stevige basis te geven. Kijk bijvoorbeeld naar het begijnhof van Antwerpen, een architectonisch model dat bijna vijf eeuwen tumultueuze omstandigheden op de teller heeft staan en ondanks alles weinig van haar collectieve identiteit heeft moeten inboeten. Anders dan de configuratie van de Sunnyside-hoven laat de collectieve ruimte van het begijnhof zich moeilijk verkavelen. De ontsluiting van de omliggende woningen zou immers in het gedrang kunnen komen waardoor de collectieve ruimte een conditio sine qua non wordt. Tegelijkertijd dient men zich af te vragen of een masterplan bestaande uit louter van de straat afgekeerde begijnhofmodellen wenselijk is. Ongetwijfeld kunnen ontwerpers tussenvormen bedenken.

Naast het ontwerp zijn ook de eigendoms- en beheerstructuur van het gebied van groot belang. In een project met 1200 woningen kan je niet gewoon rekenen op bottom-up initiatief. Er is veel meer nood aan een sturende overheid of maatschappij die tegelijk voldoende ruimte voor bewonersinitiatieven laat. Verschillende van de groene hoven vallen vandaag onder een publieke jurisdictie. Hierdoor bouwt de stad New York een garantie in tegen herverkaveling, waarbij de invulling rond gebruik, inrichting en onderhoud doorheen de tijd eenvoudig kan wijzigen. Zo kan men zich steeds opnieuw aanpassen aan de tijdsgeest, de economische conjunctuur en de bewonerssamenstelling.

Glenn Lyppens

23/10/2018

Foto’s  www.sunnysidegardens.us / JFA Associates / Lynch, K. en Hack, G. (1985) Site Planning, Cambridge

Uw reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *