Atelier Bow-Wow
iris 12 oktober 2011

Momoyo Kaijima toont onderzoek en inventiviteit

Heel wat nieuwsgierigen trokken afgelopen woensdag richting grote zaal van het C-mine Cultuurcentrum voor de tweede architectuurlezing uit de reeks georganiseerd door Architectuurwijzer. Momoyo Kaijima van architectenbureau Atelier Bow-Wow leerde er aan een volle zaal dat ook boeken, pony’s en apen boeiende klanten kunnen zijn.

De eerste woorden van de lezing kwamen van Roel De Ridder van Architectuurwijzer, organisator van de lezingenreeks in samenwerking met C-mine Cultuurcentrum. Geïnspireerd door de drie vooropgestelde thema’s van het VAI: participatie, groepswoningbouw en duurzaamheid, werden ook deze lezingen rond de Dag van de Architectuur aan dezelfde thema’s opgehangen. Atelier Bow-Wow zal de duurzaamheid van haar projecten niet uitdrukken in cijfertjes, dan wel in de complexe ecologiën die ze sinds haar oprichting in ’92 bestudeert.

Ambitie
Burgemeester van Genk, Wim Dries, was verheugd zo veel gasten te mogen ontvangen op C-mine, hét kruispunt van educatie, ontspanning, cultuur en creatieve economie. Onder andere met het cultuurcentrum, ontworpen door 51N4E, wil Genk het voortouw nemen op vlak van architectuur. Want, zo stelt Wim Dries, België en Vlaanderen zijn te weinig ambitieus op dat vlak. Hij vindt goede architectuur dan ook heel belangrijk en wil graag de kwaliteit ervan opkrikken. “De 2000 bezoekers aan Genk op de Dag van de Architectuur, zijn dan ook hét bewijs van het feit dat Genk goed bezig is”, aldus de burgemeester.

Behaviourology
Momoyo Kajima startte haar presentatie met de voorstelling van Atelier Bow-Wows boek: Behaviourology. Snel werd duidelijk dat Atelier Bow-Wow veel tijd steekt in onderzoek waarbij rekening wordt gehouden met verschillende facetten en de relaties ertussen. Een eerste luik bevat elementen zoals de natuur, materialiteit en het klimaat. Verder houdt men ook rekening met de mens en zijn gewoontes en tenslotte speelt ook typologie een rol. Dit alles werd geïllustreerd met Tokyo, de thuishaven van het bureau, als voorbeeld. Tyfoons spelen hier een belangrijke rol, maar ook bevingen (denken we aan Fukushima) vormen een probleem in Japan. Tokyo werd omschreven als een stad opgebouwd uit gebouwen van verschillende korrelgroottes. Doorheen de jaren is het bouwblok er geëvolueerd, het resultaat vandaag is een commerciële buitenkant van betonnen torens terwijl de binnenkant wordt gevuld door kleinere, lage gebouwtjes.

Void Metabolism
Wat opvalt is het feit dat de gemiddelde leeftijd van een gebouw in Tokyo ongeveer 30 jaar bedraagt, in contrast met 141 jaar in het Verenigd Koninkrijk. Het verschijnsel dat hiermee in relatie staat wordt door Atelier Bow-Wow ‘Void Metabolism’ genoemd. Hierbij focust men zich bij het heroptrekken van gebouwen eerder op de lege ruimten die tussen deze constructies ontstaan dan op de kern. Dit fenomeen startte bij de eerste ontwikkelingen van Tokyo in 1920. Dit betekent dat de oudste delen van de stad, rekening houdend met de levensduur van de gebouwen in Tokyo, vandaag al twee keer een vernieuwing hebben gekend. Woningen die men vandaag bouwt, maken dus deel uit van de vierde generatie. Atelier Bow-How vraagt zich hardop af wat zo’n huis van de vierde generatie moet zijn. Ze hebben drie aandachtspunten geformuleerd: 1 Het interieur moet uitnodigend zijn voor niet-familieleden, 2 Men moet meer tijd buiten doorbrengen, 3 De ruimte tussen aanpalende gebouwen, de ‘gap space’, moet geherdefinieerd worden.

Subdivurban
Een ander fenomeen dat door Momoyo Kajima werd aangehaald is ‘Subdivurban’ wat staat voor sub-divided suburban. Okusawa is hier een voorbeeld van. In de jaren ’20 werd Okusawa beschouwd als een tuinstad. Na de tweede wereldoorlog veranderde de omgeving door het ontstaan van winkelstraten en in de jaren ’70 maakte de economische groei haar intrede. Vandaag zijn de grote percelen van weleer in vieren gedeeld omwille van de hoge erfenisbelastingen. Deze zijn zo hoog dat ze niet meer betaalbaar zijn. Bijgevolg zit er niets anders op dan het perceel in stukken te verdelen en het te verkopen om deze taksen te betalen.

Vensters
Atelier Bow-Wow verrichtte ook onderzoek naar verschillende types van ramen. Het raam toont verschillende culturen maar ook elk type van landschap vraagt een ander type venster. Het onderzoek resulteerde in het boek Window Scape maar werd ook gebruikt in een Amsterdams project waarbij de gevel bestaat uit een collage van ramen alsook in een project bestaande uit sociale appartementen en twee kleine huizen in Frankrijk. Het typische aan Franse ramen is het feit dat men moeilijk kan zeggen welk raam bij welk appartement hoort. Atelier Bow-Wow benadrukte deze onduidelijkheid door de vensters van het sociale woonblok lichtjes verticaal te verschuiven.

Inventiviteit
De recente projecten van Atelier Bow-Wow die Momoyo Kaijima vervolgens presenteerde, variëren sterk in omvang. Uit de verschillende projecten (waaronder Gae House, Sway House, House & Atelier Bow-Wow, White Limousine Yatai, Linz Super Branch …) blijkt dat voor Atelier Bow-Wow de ruimtelijke inventiviteit, primeert boven het esthetische. Bovendien wordt er ook sterk nagedacht over het programma, zoals bij het project ‘Pony Garden’. De bouwheer van ‘Pony Garden’, die erg veel hield van paarden, wou een huis realiseren waarbij het paard centraal stond. Gezien het beperkt budget, bleek een paard net iets te groot, maar een pony was voor de bouwheer ook goed. Van het hele perceel werd door Atelier Bow-Wow slechts een klein hoekje voor de mensen gereserveerd, de rest van het perceel werd als tuin voor de pony bestempeld. Vanuit de woning is het zicht op de pony gemaximaliseerd. Zo kan je vanop de verdieping doorheen een horizontale opening recht in het ‘stalletje’ van de pony kijken.

Ook meer landschappelijke projecten maken deel uit van het werk van Atelier Bow-Wow. Getuigen hiervan zijn ‘Kitamoto Station Plaza’ en ‘Nike Miyashita Park’. Dit park ontstond in de aanloop naar de Olympische Spelen van 1964 maar was de laatste jaren erg in verval geraakt. Vele daklozen hadden er een onderkomen gevonden en de bomen waren veel te groot geworden, waardoor het erg donker was in het park. Een renovatie was nodig maar tegelijkertijd werden er ook demonstraties en initiatieven genomen in het belang van de daklozen. Waar moesten zij immers na de renovatie naartoe? Atelier Bow-How transformeerde het park in een sportpark met een skatepark, voetbalvelden, een klimmuur en een loggiaruimte. De bomen werden kleiner gemaakt om meer licht tot op de bodem te laten doordringen. Ook het afschermende groen werd verwijderd zodat een transparantie met de omgeving werd bekomen. Voor de daklozen werd geen oplossing aangeboden, zij hebben inmiddels wel een plek gevonden aan de buitenzijden van het park.

Lezing Atelier Bow-Wow
Woensdag 12 oktober 2011 om 20u15
C-Mine Cultuurcentrum

Uw reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *