Kartoffelrækkerne: (on)geplande collectiviteitswinsten
Lieve Drooghmans 27th September 2018

Kartoffelrækkerne vormt vandaag één van de meest gegeerde woonwijken van Kopenhagen. De groene en autoluwe woonerfstraten zijn plaatsen voor ontmoeting, en dat midden in een stedelijke omgeving. Nochtans was dit zeker geen constante doorheen de geschiedenis van de wijk.

Betaalbaar wonen als coöperatieve ambitie

Om het tekort aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen op te vangen, ontstaat vanaf midden 19de eeuw in heel wat grote Europese steden een nieuwe speler op de woningbouwmarkt: de arbeiderscoöperatie. Het concept is relatief eenvoudig. Door zich lid te maken gaan arbeidersgezinnen akkoord om een deel van hun lonen in een gemeenschappelijk investeringsfonds te steken. Wanneer dat fonds groot genoeg is, kan de maatschappij een stuk grond kopen om daar woningen op te ontwikkelen. Zo ook vergaat het de ontwikkeling van Kartoffelrækkerne. Nadat een coöperatieve bouwmaatschappij rond 1880 goedkope aardappelvelden aan de noordelijke stadsrand verworven heeft, krijgt architect Frederik C. Bøttger de opdracht om er zoveel mogelijk compacte woningen op te voorzien. Hij komt tot een rationeel plan van tien parallelle straten. Bøttger vermijdt een spartaanse schakeling van 480 identieke rijwoningen via subtiele architectonische nuances die de woningen een eigen identiteit geven. Elke woning krijgt een voortuintje en een koer en bestaat uit drie bouwlagen van telkens 36m², die via een onafhankelijke circulatie met elkaar in verbinding staan. Hierdoor kan de woning opgedeeld worden in twee bescheiden appartementen, waardoor een gezin via onderverhuring wat meer ademruimte krijgt voor de hypotheekaflossing. Hoewel uit besparing geen gemeenschappelijk wijkprogramma voorzien wordt, delen heel wat gezinnen een keuken, sanitair en wasruimte. Een vroege vorm van cohousing dus.

 

 

Een coöperatief succesverhaal

De compacte maar comfortabele wooneenheden vormen voor een doorsnee arbeidersgezin een betaalbaar compromis tussen het ideaal van de alleenstaande ééngezinswoning op het groene platteland en de één- à tweekamerappartementen in de dense stedelijke woonblokken. Rond het begin van de twintigste eeuw zijn de woningen met een totaalcapaciteit van 960 kleinere appartementen helemaal volgelopen. De woningen blijken zo gegeerd, dat veel originele eigenaars ze na afbetaling van hun hypotheek met winst kunnen verkopen of verhuren.

 

 

Bedreigingen van buitenaf

Vanaf de jaren 1920 groeit echter de achterdocht jegens de coöperatieve succesformule. Socialisten verachten het ‘bourgeoisie-sfeertje’ waar de coöperatieven zich mee vereenzelvigen. Liberalen zijn dan weer niet happig op de ‘communistische’ enclaves van arbeiders die via zelf-organisatie het algemene gezag ondermijnen. De wijk zal haar ontwikkeling dan ook sterk tegengewerkt zien van buitenaf. In de naoorlogse periode moet de Kartoffelrækkerne vervolgens concurreren met nieuwe woonproducten. Ook de wagen geraakt gedemocratiseerd, waardoor de middenklasse buiten de stad trekt en de sociale verblijfskwaliteit van de wijkstraten daalt. De huizen van Kartoffelrækkerne zijn ondertussen bijna een eeuw oud en de vaak afwezige eigenaars bezitten of investeren niet voldoende financiële middelen voor een degelijk onderhoud. De wijk geraakt in verval en in 1974 wordt de coöperatieve structuur zelfs ontbonden. Als de overheid op de koop toe het plan opvat om op de plaats van de waterring rond Kopenhagen een autosnelweg te ontwikkelen, wordt de aftakelende woonwijk zelfs met afbraak bedreigd.

Co-creatie als doorstart

Gesteund door academici en stadsplanners zoals Jan Gehl, groeit onder een groep activistische bewoners kritiek op de wijze waarop een hechte volkswijk zomaar te grabbel wordt gegooid aan de saneringswoede van het grootkapitaal. Er wordt een bewonersvereniging opgericht die bij de lokale overheid een nieuwe, meer op participatie gerichte vorm van ruimtelijke planning afdwingt. In nauwe samenwerking met de stad ontwikkelt zich een ambitieus wijkplan met daaraan gekoppelde renovatiesubsidies. Mede onder invloed van een algemeen vooruitstrevend mobiliteitsbeleid geraken de wijkstraten ontlast van autoverkeer en verkrijgen ze een woonerfstatuut.

De straat als verblijfsruimte

Wie vandaag Kartoffelrækkerne bezoekt, stapt een andere wereld binnen. De voortuintjes, van de straat gescheiden door lage houten hekjes, muurtjes of hagen, genereren zeker in de lente- en zomermaanden een indrukwekkende groenbeleving. De bomen in de straten zetten deze ervaring kracht bij. Quasi in alle tuintjes staan tafeltjes, stoelen en parasols uitgestald. In de straten staan picknickbanken, zandbakken, speelhuisjes, fietsenstallingen, pingpongtafels, basketbalringen, voetbalgoals, barbecues en opbergkasten. De auto is in deze setting opvallend afwezig. Aan de begin- en uiteinden van de straten kan geparkeerd worden, maar over een lengte van 40m geldt een algemeen parkeerverbod.

 

 

De HØF

De autovrije woonerfstroken zijn samen met de voortuinen sinds enkele decennia in eigendom en beheer van de HØF. Deze vereniging van mede-eigenaars ziet scherp toe op de kwaliteit van de straten. De voortuinen worden weliswaar door de individuele eigenaars onderhouden, maar deze zijn gebonden door het HØF-reglement. Per straat ziet een verantwoordelijke erop toe dat de regels gerespecteerd worden. Maandelijks is er een straatvergadering en eenmaal per jaar komen alle verantwoordelijken samen voor de algemene vergadering. De bewoners van Kartoffelraekkerne lijken zich erg bewust van het bijzondere karakter van hun wijk. Enkele malen per jaar worden collectieve schoonmaakdagen in de voortuinstroken en op het woonerf georganiseerd, maar verder heerst hier een atmosfeer van ongedwongen collectiviteit.

 

 

Het ontwerpen van (latente) collectiviteitswinsten

Wat deze historiek ons leert is dat geplande ‘collectiviteitswinsten’ op lange termijn onstabiel kunnen zijn. Zo is het ironisch te moeten vaststellen dat de coöperatieve ambitie inzake ‘betaalbaar wonen’ vandaag compleet verdwenen is. Dit komt door (externe) dynamieken die de initiatiefnemers 150 jaar geleden onmogelijk konden voorzien. Onder andere haar transformatie naar luwe woonerfwijk en een geëvolueerde ligging nabij belangrijke wegen, groenstructuren en stedelijke voorzieningen hebben de woningprijzen in Kartoffelrækkerne zeker vanaf de jaren 1990 de hoogte in gejaagd. Vandaag wonen hier dan ook uitsluitend kapitaalkrachtige gezinnen, vaak met kinderen. Tegelijkertijd staat buiten kijf dat de woonerfstraten meer dan ooit sociale gebruiksruimtes vormen die op de koop toe deel uitmaken van de publieke ruimte. Deze nieuwe collectiviteitswinst was misschien ongepland, maar wordt wel degelijk mee gefaciliteerd door het ‘robuuste’ architectonisch model van Bøttger, dat ondanks allerlei veranderende factoren steeds een scala aan mogelijkheden voor collectief ruimtegebruik heeft toegelaten.

 

Glenn Lyppens

Foto’s Google Maps, www.kartoffelraekkerne.dk

27/09/2018

Uw reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *