AC Hasselt, brutalistisch erfgoed
Lieve Drooghmans 12th July 2019

De toekomst van het oude Administratief Centrum (AC) aan het Hasseltse Groenplein is onzeker. De diensten die er tot voor kort gehuisvest waren, verhuisden naar Het Scheep, het nieuwe stadskantoor. Onder de naam De Serre gebruiken vandaag de stedelijke jeugddienst en vzw Broeikas het brutalistische gebouw tijdelijk als een culturele ontmoetingsplaats voor jongeren. Dat is: tot het AC, pal in het commerciële hart van Hasselt, een koper vindt. Het vorige stadsbestuur wilde het Administratief Centrum snel verkopen. Die plannen zijn niet van de baan, maar er lijkt nu wat minder vaart achter te zitten.

Dat de louter economische blik onrecht doet aan de kwaliteiten van het gebouw én bovendien aan het toekomstig potentieel van dit schaarse stuk Hasselts brutalisme, toont Jakob Ghijsebrechts aan met enkele eenvoudige argumenten. Jakob studeerde vorig jaar af als architect aan de UHasselt. Hij is de kleinzoon van Louis Ghysebrechts die het AC Groenplein medio jaren 1960 ontwierp – het AC opende in mei ’68 – en hij springt nu in de bres voor dit uniek voorbeeld van laatmodern erfgoed. 

De jonge Ghijsebrechts wijst erop dat het AC opgenomen werd in de Atlas of Brutalist Architecture van de prestigieuze uitgeverij Phaidon, als een van negen vermeldenswaardige brutalistische gebouwen in België. Naar Hasseltse, Limburgse en zelfs Vlaamse of Belgische normen was het gebouw in de jaren 1960 beslist vooruitstrevend te noemen. Architecturaal is het verwant met het oeuvre van de late Le Corbusier (die overleed in 1965) en met het werk van zij die in de periode na WO2 geïnspireerd waren door vooral de Unités d’Habitation van de Zwitsers-Franse meester (zoals Peter en Alison Smithson in het Verenigd Koninkrijk, en dichter bij huis Alfons Hoppenbrouwers en Paul Felix – zie de bibliotheek aan het Hasseltse Dusartplein voor die laatste). Het Administratief Centrum Groenplein wijst er volgens Jakob Ghijsebrechts op dat er ook in het naoorlogse Hasselt een voedingsbodem was voor vernieuwende architectuur. Tegelijkertijd is het een van de weinige gebouwen dat daarvan getuigt.

De Belgische afdeling van DOCOMOMO (DOcumentation and COnservation of buildings, sites and neighbourhoods of the MOdern MOvement), voorgezeten door Marc Dubois, vermeldt het AC in een lijstje met modernistische gebouwen die ‘at risk’ zijn. Het is vandaag inderdaad niet uitgesloten dat het Administratief Centrum Groenplein afbraak boven het hoofd hangt. Dat het zo ver niet hoeft te komen, toont de kleinzoon van Louis Ghysebrechts aan met een eenvoudige vergelijking. De oude Generale Bank van architect Jaspers aan de Hasseltse Ridder Portmansstraat heeft namelijk een (gedeeltelijk) tweede leven gekregen. De kantoren op de bovenverdiepingen werden recent omgevormd tot appartementen. De relatief eenvoudige open planstructuur van een gebouw zoals de ‘Generale Bank’ laat dergelijke operaties immers zonder veel problemen toe. Dat maakt zulke gebouwen tot duurzame stedelijk artefacten, temeer omdat laatmodernistische kantoorgebouwen vaak kenmerkende gevels hebben (die van de Generale bank bestaat uit veel monumentale g’s). De gevel, die in het geval van de bank grotendeels behouden blijft, zorgt dus voor een continuïteit wat betreft de herkenbaarheid in het straatbeeld. Ook het AC zou een tweede – of, als het huidige tijdelijke gebruik mee in rekening genomen wordt: derde – leven kunnen krijgen. De structuur ervan is robuust en mogelijk heel genereus met het oog op nieuwe programma’s. De kenmerkende façade kan volgens Jakob Ghijsebrechts deel blijven uitmaken van het stedelijke leven in Hasselt.

Afbraak van het Administratief Centrum Groenplein zou cultureel gezien een verlies betekenen. Meer nog: het zou een gemiste kans zijn om de artefactwaarde/herkenbaarheid van de bestaande structuur niet uit te spelen in een kwalitatief nieuw project. 

Roel De Ridder

05/07/2019

1 Reacties

  1. Los van het feit dat destijds dit gebouw beschouwd werd als een voorbeeld van hoe je niet met de eigenheid van de plek mocht omspringen, heeft het na verloop van tijd toch een plaats (zeg maar: herkenbaarheid) veroverd in de binnenstad. Zoals hierboven vermeld, moet het absoluut mogelijk zijn om dit gebouw een nieuw leven te laten leiden, met een aangepaste invulling, in mijn ogen weg van de traditionele invulling zoals bv. bejaardenflats, waarvan er op het plein (zie ‘Ursulinenhof’ aan de overkant) al voldoende zullen zijn, wegens gevaar voor ‘Ghetto-vorming’. Punt is dus: een goede, juiste, frisse bestemming!

Uw reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *