De geplande sloop en nieuwbouw van de tribune op De Motten in Tongeren vormt de aanleiding voor een bredere reflectie over onze omgang met bestaande gebouwen en infrastructuur. Het debat rond deze iconische tribune raakt aan de maatschappelijke vraag: waarom blijft afbraak zo vaak het vertrekpunt van vernieuwing?
Vanuit Architectuurwijzer willen we de dominante sloopreflex in onze contreien in vraag stellen. Behoud lijkt vaak enkel plausibel omwille van een “erfgoedwaarde”, alsof alleen officieel beschermde of esthetisch gewaardeerde gebouwen bestaansrecht hebben. Bijgevolg verdwijnt er in Europa – volgens architect en hoogleraar Ana Pereira Roders – 1 gebouw per minuut. Vaak gaat het om utilitaire infrastructuur of constructies uit minder geliefde periodes, zonder uitgesproken architecturale status. Ook deze plekken hebben maatschappelijke, culturele en ruimtelijke betekenissen in zich. Kortom, wij geloven dat ook deze verouderde gebouwen niet noodzakelijk een last zijn, maar vaak zelfs ongeziene kansen bevatten.
De tribune op De Motten is daarvan een sprekend voorbeeld. Gebouwd in 1958, moet ze weldra plaatsmaken voor een sobere, generieke structuur met kleedkamers voor de atletiekbaan. De tribune wordt beschouwd als een probleem dat opgelost moet worden. Ze voldoet wellicht niet aan hedendaagse normen van de kleedkamers, maar men vergeet te kijken naar de kwaliteiten die ze wel bezit en die een nieuwbouw niet kan evenaren.
Zo wil men inzetten op ontmoeting, evenementen en publieke beleving in het park, maar gaan ze net de structuur afbreken die hieraan zou kunnen bijdragen. De bestaande tribune biedt immers kwaliteiten die elders in het park nauwelijks aanwezig zijn: beschutte zitplaatsen, een verhoogd uitzichtpunt en een herkenbaar baken in het landschap. Het voorgestelde ontwerp voor kleedkamers biedt hiervoor geen volwaardig alternatief.
Daarom geloven wij sterk dat structuren zoals De Motten niet noodzakelijk volledig gerestaureerd of opgepoetst hoeven te worden. Het lijkt ons waardevol om te onderzoeken hoe dergelijke plekken kunnen worden herleid tot hun essentie. De structuur kan daarbij functioneren als kader voor nieuwe invullingen zoals bergruimte of kleedkamers, terwijl de kernkwaliteiten van de tribune behouden blijven: een open, robuuste basisstructuur in het park waar men beschut kan zitten bij zon of regen, met zicht op de ruimere omgeving.
Een relevant referentievoorbeeld is de tribune van het Olympisch zwembad Piscina Municipal de Montjuïc in Barcelona, die zelfs op sluitingsdagen van het zwembad een geliefde plek blijft om iets te eten of drinken met uitzicht over de stad.
Hoofdbeeld Tijs Posen
