Belvédèretoren op het Hasseltse begijnhof
Amelie Lammens 29 september 2025

Tussen de historische en 20ste-eeuwse torens in Hasselt springt er sinds kort eentje uit: de nieuwe Belvédèretoren op het Begijnhof. Deze toren is geen erfgoed, maar een hedendaagse verwijzing naar de vroegere Begijnhofkerk. In tegenstelling tot de andere torens in Hasselt, heeft deze toren een duidelijk doel voor ogen. Hier kunnen toeristen de toren beklimmen en een mooi zicht krijgen op de binnenstad.

Het Begijnhof van Hasselt kent een rijke geschiedenis. Oorspronkelijk woonden en werkten begijnen hier in een besloten gemeenschap. Later volgden functies als tuberculosecentrum, jongensschool, Limburgse provinciale bibliotheek en kunstencentrum. Vandaag wordt het Begijnhof opnieuw een actief onderdeel van de stad als hotspot voor cultuur en educatie. Studenten en personeel van faculteit Architectuur & Kunst van UHasselt zullen de begijnhofhuisjes betrekken, een nieuw stadsmuseum krijgt een plek in het poortgebouw en de binnentuin wordt publiek toegankelijk gemaakt.

Het nieuwe ontwerp  door Bovenbouw Architectuur en David Kohn Architects, respecteert de gevoeligheid van het begijnhof met subtiele, hedendaagse ingrepen. Zo trachten zij de oude structuur te herstellen en tegelijk een duidelijk onderscheid te maken met de nieuwe toevoegingen.

 

 

De  Belvédèretoren is de enige nieuwbouw op de site, gebouwd als uitkijkpunt én als teken dat het begijnhof niet louter verleden is, maar ook toekomst. Op een schilderij van P.M. Bamps is de kapel van de Paardsdemer aan de Zuivelmarkt met de spits van de begijnhofkerk op de achtergrond te zien. Sinds 1958 werd een crypte geïntegreerd in de Vleugel ‘58 van kunstencentrum Z33 als verwijzing naar de vroegere kapel. De nieuwe uitkijktoren heeft dezelfde hoogte als de gebombardeerde begijnhofkerk en vormt zo een verwijzing naar de vroegere zichtbaarheid van de kerk in de stad.

 

Hoofbeeld © Sepideh Farvardin
Beeld in tekst Schilderij Kapel van de Paardsdemer aan de Zuivelmarkt, 1890,  P. M. Bamps  © Collectie Het Stadsmus Hasselt
Beeld in tekst © Sepideh Farvardin