Verslag lezing: Bijoy Jain – Studio Mumbai
iris 28th November 2012

So anyway that’s not the point.

Vergeet de Belgische manier van denken en zelfs de ‘Europese’; Studio Mumbai maakt een nieuwe architectuur waarin traditie en proces een cruciale rol spelen. Plannen tekenen ze niet, ze werken uitsluitend met maquettes en mock-ups en als ze dan toch in de verleiding komen zijn het altijd as-built plannen. Ze maken architectuur met een grote A die getuigt van originaliteit en het lef dingen volledig te herdenken.

Een lezing van Bijoy Jain, de oprichter van Studio Mumbai, is een avontuur. Hij neemt je mee op reis naar zijn India. Hij springt van de hak op de tak en zijn lezing is doorspekt van de anekdotes. Als hij een punt lijkt te maken wordt dat onmiddellijk gerelativeerd. Net als het land zelf en haar cultuur zitten hij, de studio en hun werk vol dubbelzinnigheden.

Architectuurwijzer nodigde Bijoy Jain van Studio Mumbai uit op 28 november 2012 in C-mine Cultuurcentrum. Bekijk hier de lezing en de foto’s.

Verslag door Joep Gosen:

Bijoy Jain bracht zijn jaren als twintiger en dertiger door in de Verenigde Stagen en Groot-Brittannië. Hij werkte onder ander voor Richard Meier. Bij teugkomst werd de helderheid van de moderne traditie waarmee hij zo vertrouwd was volledig in vraag gesteld. India is een gelaagd en chaotisch land dat volop in (economische) ontwikkeling is. Er zijn grote verschillen tussen cultuur, taal, geloof, maatschappelijke stand en welvaart. Er zijn maar twee seizoenen: het droge en de moesson, viereneenhalve maand schoonheid. Tijd is er een rekbaar en abstract begrip. Een afspraak om 10 uur kan goed pas om 12 uur aankomen. De bevolking is ‘inheems’ en erg conservatief. De natuurgeesten, water, bomen, de grond worden aanbeden. Toch sluit traditie moderniteit niet uit. Integendeel. Ze gaan vaak hand in hand of smelten ineen. De handelaren in bezems, bijvoorbeeld, dragen van oudsher een wit ‘Napoleonshemd’ om zo hun geld veilig op te bergen. Een multinational deelde gratis T-shirts uit. In plaats van ze achteloos aan de kant te leggen werden ze door de vrouw des huizes aangepast met een zak op de borstkas. Bij de ingang van een huis ligt een witte trap met drie blauw gekleurde treden. In het midden is er over de trap heen een geknikte helling gemaakt om zo de motor binnen te kunnen rijden. Architectonisch is het een naadloos geheel. Maar wat was er eerst; de trap of de helling?

Bijoy Jain observeert nauwkeurig wat er gaande is in zijn land zonder daarover een oordeel te vellen. Hij stelt zich openlijk de vraag hoe er gewerkt kan worden in en met deze chaos. Dialoog en discussie zijn daarbij onontbeerlijk. Iedereen heeft zijn eigen mening. Ja kan nee zijn en nee ja, de Indiër heeft er zelfs een hoofdgebaar voor. Als hij gaat zitten schetsen bij een bushalte komt iedereen verwonderd kijken. Na verloop van tijd beginnen de toeschouwers commentaar te geven en suggesties te doen over wat hij eigenlijk zou moeten tekenen.

Studio Mumbai bestaat uit 125 vakmannen uit heel het land. Ze communiceren niet doormiddel van taal maar middels gebaren, schetsen, maquettes. Er zijn immers honderdtwintig verschillende talen en dialecten in India. De rol van Bijoy is die van curator of dirigent. De medewerkers leveren ideeën, hij selecteert.

Tijdens de lezing worden vijf projecten getoond die tussen 2007 en nu gerealiseerd werden. Ze getuigen van een grote liefde voor het vak en voeling met de plek. Studio Mumbai probeert dan ook het bouwproces, de eigenschappen van het bouwterrein, (micro)klimaat, de gebruikte materialen en technieken volledig te begrijpen. Dat levert poëtische gebouwen op die zeer natuurlijk ogen en één zijn met hun omgeving. Pragmatische oplossingen worden daarbij niet geschuwd. Typerend is onder andere het ‘Leti 360 Resort’, een tijdelijke verblijfplaats hoog in de Himalaya. De ‘woestijn-tent’ die de opdrachtgevers daar hadden neergezet was logischerwijs weggewaaid. Voor bouwen in bergen gelden (natuurlijk) andere principes dan in de woestijn. Deze bleken, na bestudering, universeel te zijn en slechts qua vormentaal lokaal te verschillen. De oplossing was een permanente basis uit ter plekke gevonden steen met daar bovenop een lichte constructie die te voet naar de bouwplaats gebracht kon worden. Na verblijf blijven slechts de fundamenten over. Daarnaast zijn er de reconversie van een pakhuis en ‘in-between architecture’ (een installatie in het Victoria & Albert Museum in London) waarbij de voor Mumbai zo typische steegjes als uitgangspunt dienden. Het gaat daarbij enerzijds om de verhouding tussen legaal en illegaal; de werkelijke ruimtelijke beleving van de stad Mumbai komt nauwelijks overeen met de gedrukte kaart. Wat op een breed trottoir lijkt te zijn is in werkelijkheid een smalle doorgang omdat de rest permanent ‘bezet’ is door straathandelaars. Anderzijds gaat het om de ruimtelijke kwaliteit van deze straatjes die dan eens donker en geheimzinnig zijn en dan weer baden in het licht. Hierin vindt het echte leven van Mumbai plaats.

In de Westerse wereld is de bouw wettelijk gesplitst in een ontwerpende en een uitvoerende discipline. Arbeid is onbetaalbaar en het ambacht en de beheersing daarvan zijn we nagenoeg kwijt. De manier van werken van Studio Mumbai is hier schier onmogelijk geworden. Juist dat maakt hun werk zo fascinerend. Maar was er eind 19e eeuw hier niet iets soortgelijks aan de hand? Door de industriële revolutie leek toen de Europese samenleving met zijn oude ambachten en kennis verloren te gaan. De Arts & Crafts beweging en hun opvolgers (bv. Art Nouveau) propageerden toen een terugkeer naar het ambachtelijke en toonden een duidelijke voorliefde voor de middeleeuwse samenleving. Of is het toch niet zo gemakkelijk en ligt de sleutel in het huidige Mumbai waar traditie en moderniteit hand in hand, met en door elkaar, samengaan? Of om het anders te zeggen: ligt de sleutel bij de handelaar in bezems? Wel, misschien ook niet, en gaat het daar eigenlijk wel om…

www.studiomumbai.com

Uw reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *