De waarde van het Hasseltse begijnhof…
iris 8th November 2016

De provincie verkoopt het Hasseltse begijnhof aan de hoogst biedende. Ze staat er niet bij stil dat een (gedeeltelijke) privatisering de hele ziel uit een enorm geliefde plek zal halen.

In het officiële discours over de toekomst van het begijnhof blijft de maatschappelijke dimensie volledig onderbelicht. De vermeende erbarmelijke staat van de begijnhofhuisjes wordt aangehaald als een argument om richting kapitaalkrachtige ontwikkelaars en promotoren te kijken. En dat terwijl tot voor de kort de hele administratie van Z33 er gevestigd was en er op dit eigenste moment een tentoonstelling plaatsvindt… Het is jammer dat de notie ‘erfgoed’ op die manier misbruikt wordt. ‘Erfgoed’ gaat niet enkel over materiële aspecten (en nogmaals, materieel gezien is het begijnhof er echt niet zó slecht aan toe). Erfgoed is een praktijk, namelijk de praktijk van het toekennen van waarde aan iets. En laat het begijnhof nu net iets zijn waar vele Hasselaren waarde aan toekennen.

Architectuurwijzer springt samen met anderen – véle anderen zo blijkt intussen – op de bres voor het Begijnhof. AW trok samen met de stedenbouwkundige Peter Bongaerts en met de voorzitters van de kunstenraad, de erfgoedraad en de socioculturele raad naar de nieuwe burgemeester van Hasselt. Er kwam nog geen oplossing uit de bus. Laat het wel duidelijk zijn dat de acties meer zijn dan ‘emotionele reacties’. Enkele studenten van de UHasselt hebben de bezorgdheid over het Begijnhof open getrokken: zij roepen iedereen op om een petitie te tekenen tegen de privatisering van het begijnhof. Op 8 november staat de teller al op 2.925 handtekeningen, terwijl het doel 2500 was. De reacties bij de petitie verwoorden hoe gehecht we zijn aan het Begijnhof. En nog daarvoor stapten de verenigde Hasseltse adviesraden, ondersteund door Architectuurwijzer en door de stedenbouwkundige Peter Bongaerts, al naar de pers om gelijkaardige bezorgdheden te uiten.

Het Begijnhof als ‘common’

Over gemeenschappelijk gebruikte en onderhouden gronden of ‘commons’  (‘de meent’ in het Nederlands) – bijvoorbeeld het bos dat van niemand is en waar iedereen hout kan kappen, of de alpenweide waar eender wie vee kan laten grazen – zegt Massimo De Angelis, professor politieke economie aan de universiteit van East London, het volgende:

Commons are not simply resources we share – conceptualizing the commons involves three things at the same time. First, all commons involve some sort of common pool of resources, understood as non-commodified means of fulfilling peoples needs. Second, the commons are necessarily created and sustained by communities – this of course is a very problematic term and topic, but nonetheless we have to think about it. Communities are sets of commoners who share these resources and who define for themselves the rules according to which they are accessed and used. […] third and most important element in terms of conceptualizing the commons is the verb “to common” – the social process that creates and reproduces the commons[1].

Strikt genomen is de tuin van het Hasseltse Begijnhof geen ‘common’. Het terrein is vandaag van de provincie en de enige toegangspoort staat niet altijd open – niet iedereen kan de begijnhoftuin dus op elk mogelijk moment benutten als een ‘resource’. Er is bovendien geen duidelijk aanwijsbare gemeenschap die de ruimte onderhoudt of telkens opnieuw ‘creëert’. Een ‘resource’ of een bron an sich is de tuin wel degelijk, want welke andere plek in Hasselt biedt een dergelijke rust, vlakbij het commerciële centrum, maar mentaal gezien zo ver ervan verwijderd?

Er zijn parallellen te trekken tussen het begijnhof en het fenomeen van de commons. Hasselaren (en wellicht ook anderen) hebben zich de plek toegeëigend. Het begijnhof is een publieke ruimte, die juist omdat ze eigendom is van de provincie, ontsnapt aan de controle van andere partijen. Er patrouilleert geen politie en de vrije markt heeft er geen vat op. Door de aanwezigheid van Z33 en haar bezoekers is er toch altijd een zekere zachte sociale controle. De symbiose tussen Z33 en de begijnhofpassanten die gaandeweg gegroeid is, is in Hasselt een vanzelfsprekendheid geworden. Binnen het commerciële stadscentrum van Hasselt is het begijnhof een zeldzame ademplek waar niets moet, maar waar best veel kan.

Juist die vanzelfsprekendheid maakt van het begijnhof een soort quasi-common en eigenlijk, in ons post-seculiere tijdperk, ook een quasi-sacrale ruimte. Zie in dat verband de lezing die Pier Vittorio Aureli gaf, in Z33, over sacrale plaatsen. Daarom zou het bijzonder jammer zijn moesten de begijnhofhuisjes en het poortgebouw geprivatiseerd worden.

Pleidooi voor échte openbare ruimte

Historisch gezien is de verbinding begijnhofhuisjes – binnengebied altijd cruciaal geweest. Vroeger stond er een functionerende kerk in het midden van het begijnhof. In het binnengebied werd ook was gebleekt. Het heet niet voor niets begijnhof: zonder hof geen begijntjes. Vandaag is die verbinding er nog steeds: de culturele instantie verwelkomt de gebruiker van de binnentuin, en de passant voelt zich vrij omdat hij/zij niet door omwonenden van achter een gordijn in de gaten gehouden wordt. Als er een private partij (enkelvoud of meervoud) gevestigd zou zijn in de huisjes, dan vervalt de vanzelfsprekende ‘publiekheid’ van de tuin, ook al is en blijft het op papier – zoals ook geponeerd in de documenten die de verkoopprocedure begeleiden – een openbare ruimte. Een private partij legt regels op aan de publieke ruimte, altijd opnieuw. Gaandeweg kan een bewonersvergadering – in het geval dat er private bewoning komt – het publieke karakter van de tuin volledig aan banden leggen.[2]

De ene publieke ruimte is de andere niet. De definitie van de common die De Angelis meegeeft, maakt gewag van praktijken, van actie. In een echte publieke ruimte moeten bepaalde praktijken en acties mogelijk zijn. Meer nog: een echte publieke ruimte bestaat maar door actie, door mensen die de plek permanent publiek maken en houden. Als je er niet mag protesteren, is het al zeker geen publieke ruimte, ook al is ze dat op papier wel. De vrije markt en de ‘commoner’ verhouden zich op zijn minst ongemakkelijk ten opzichte van elkaar; net zoals de vrije markt en de sacrale ruimte. Het privatiseren van het begijnhof, ook al gaat het enkel om de huisjes en het poortgebouw is geen goed idee.

Boodschap aan stad Hasselt

Architectuurwijzer herhaalt het standpunt van de verenigde adviesraden: Stad Hasselt, koop het begijnhof! En werk een regeling uit samen met de vele culturele actoren – professionelen en organisaties uit het socio-culturele middenveld – die op zoek zijn naar een geschikte ruimte, om zo het unieke karakter van de begijnhofsite te kunnen bewaren. Of werk een regeling uit met de Universiteit Hasselt. Met de Oude Gevangenis heeft de universiteit bewezen een voorbeeldige bouwheer te zijn, mét oog voor toparchitectuur. Het ene hoeft andere zelfs niet uit te sluiten: het begijnhof zou cultuur en educatie met elkaar kunnen verbinden. Voorkom dat het museum-, universiteits- en hogeschoolkwartier (modemuseum, jenevermuseum, Z33, de Oude Gevangenis, PXL, tot de MOD en de Silo) onderbroken wordt door een private buffer. Een woonzone middenin een cultureel kwartier én tegelijkertijd tussen de uitgaansbuurten Dusart en Zuivelmarkt zou bovendien vreemd zijn. Als dat niet kan: neem ten minste de regie in handen!

Boodschap aan de provincie

Aan de provincie raadt Architectuurwijzer aan dat als de verkoopprocedure toch doorgaat, er ten minste werk gemaakt wordt van een deftige samenstelling van de jury die de diverse projecten voor het begijnhof moet beoordelen. Denk aan de Vlaams Bouwmeester (of een van de ex-bouwmeesters), het Vlaams Architectuurinstituut, denk aan architecten gekoppeld aan Vlaamse en buitenlandse universiteiten (dat hoeft niet de UHasselt te zijn), aan architectuurorganisaties van buiten de provincie, … . Een belangrijk deel van de punten zal gegeven worden op ‘visie’; zorg er dus voor dat er mensen met visie in de jury zetelen. Een dergelijk geladen dossier verdient een correcte beoordeling.

Roel De Ridder
Architectuurwijzer

08/11/2016

[1] Massimo De Angelis in een interview door An Architektur, juni 2010, geraadpleegd op e-flux.com.
[2] Een te overwegen tussenoplossing is die van de erfpacht: een publieke rechtspersoon kan zoals in Diest, Turnhout en Herentals begijnhofhuisjes in erfpacht geven, aan culturele instanties of aan bewoners (onder bepaalde voorwaarden). Het voordeel is dat de eigendom publiek blijft.

Uw reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *